26 januari, 2025
Het is niet moeilijk om mij “ja” te laten zeggen tegen een fietsavontuur.
Dus toen een vriend voorstelde om een weekendtrip te maken –midden in de winter– was ik natuurlijk enthousiast.
Als laatste test voor we vertrokken, besloten Ignas en ik (of zoals ik hem graag noem: “mijn natuurvriend”) om de definitieve setup van de fiets, de uitrusting en mijn algemene overlevingsvaardigheden te testen door wild te kamperen in de Belgische Ardennen. Een schitterend idee, aangezien de temperaturen amper boven het vriespunt kwamen en de rivieren buiten hun oevers traden. Maar oke, dat zijn ook maar details natuurlijk.
En het gekke is, ik heb van elke seconde genoten.
Natuurlijk, op sommige momenten was het echt afzien. De koude trok door tot in mijn botten en de regen maakte van slapen meer een vochtige meditatiesessie dan echte rust. Maar op de een of andere manier, die miserie delen met iemand anders maakt het… Speciaal? Een soort van prachtig domme ervaring waarbij je beiden vindt dat ja, dit is vreselijk, en ja, we zouden het absoluut opnieuw doen.
Maar bon —ik heb het overleefd, mijn vriend heeft het overleefd, de fiets heeft het overleefd. We hebben heerlijk gegeten en geslapen in wat AirBnB zou omschrijven als:
“Ervaar een afgelegen nacht in de natuur in dit charmante tiny house, nu van jou voor slechts €99 per nacht! Schoonmaakkosten en administratiekosten niet inbegrepen.”
Behalve dat wij het gratis hadden.








